Kies bij een 2Voice-installatie altijd het juiste kabeltype en blijf binnen de maximale lengtes per traject. Overschrijd je deze waarden, dan wordt het systeem instabiel of onbetrouwbaar. Dit artikel geeft praktische richtlijnen voor kabelkeuze, afstanden en capaciteit per stijglijn.
Snel naar
Kabeltypes en maximale afstanden
Toelichting afbeelding
- A = maximale afstand tussen entreepaneel en voedingsunit
- B = maximale afstand tussen voedingsunit en (verste) binnentoestel
- D = maximale lengte van een aftakking (houd deze kort)
Bekabelingstabel
Deze tabel laat zien hoeveel binnentoestellen (monitoren) per stijglijn mogelijk zijn en welke maximale afstanden gelden voor verschillende kabeltypes.
| Kabeltype (richtlijn) | Aantal binnentoestellen per stijglijn | A = entreepaneel<-> voeding | B = voeding <-> monitor | D = max. aftakking | Totale kabellengte per stijgkolominterface* |
|---|---|---|---|---|---|
|
2Voice-kabel 1083/92 – 2 × 1 mm² (Ø 1,1 mm) |
128 | 200 m | 200 m | 50 m | 800 m |
|
2Voice-kabel 1083/94 – 2 × 0,5 mm² (Ø 0,8 mm) |
100 | 100 m | 200 m | 50 m | 800 m |
|
CAT5 UTP (1 twisted pair) |
64 | 100 m | 125 m | 50 m | 500 m |
|
Wandkabel 2×0,5 mm² (Ø 0,8 mm) met verdelers |
32 | 100 m | 200 m | 50 m | 800 m |
|
Wandkabel 2×0,5 mm² (Ø 0,8 mm) doorlussen |
32 | 100 m | 100 m | 50 m | 400 m |
* De totale kabellengte is de optelsom van alle bekabeling in de stijglijnen, bekabeling in de appartementen én het traject naar het entreepaneel.
Let op: bij doorlussen mogen er maximaal 32 binnentoestellen in één stijgkolom aangesloten worden.
Praktische richtlijnen
- Gebruik 2Voice-kabel 1083/92 als je maximale afstand en capaciteit nodig hebt (beste prestaties).
- 2Voice-kabel 1083/94 is een goed alternatief wanneer een dunnere kabel gewenst is (bijvoorbeeld in bestaande leidingen).
- Wandkabel (2 x 0,8 mm) functioneert ook goed.
-
Met UTP of oude wandkabel moet je rekening houden met minder toestellen en kortere afstanden.
Veelgemaakte fouten bij 2Voice-bekabeling
-
Te optimistisch omgaan met afstanden bij bestaande kabel
Ga niet uit van aannames. Controleer de werkelijke kabellengtes en test altijd op het verste binnentoestel. -
Te lange aftakkingen naar toestellen (D)
Overschrijding van de maximale aftaklengte leidt vaak tot instabiele communicatie. -
Doorlussen waar verdelen beter is
Bij langere trajecten of veel toestellen geeft werken met verdelers meestal een stabieler resultaat dan volledig doorlussen. -
Busbekabeling samen met 230V in één goot
Dit kan storingen veroorzaken door instraling (bijv. van LED-drivers of voedingen). -
Slechte lassen of geoxideerde verbindingen (renovatie)
Oude of vochtige verbindingen veroorzaken onvoorspelbare storingen. -
Geen duidelijke lijnopbouw of eindpunten
Onjuiste of ontbrekende lijn-einden kunnen communicatieproblemen veroorzaken. -
Aders dubbel gebruiken om een grotere diameter te krijgen
Dit leidt tot onvoorspelbare elektrische eigenschappen en kan storingen op de bus veroorzaken. -
Op en neer gaan met 2Voice-bekabeling in een multikabel
Datasignalen kunnen elkaar beïnvloeden, wat resulteert in instabiele communicatie.