Een correcte voorbereiding voorkomt fouten tijdens installatie en inbedrijfstelling van het 2Voice-systeem. In dit artikel lees je wat je vooraf moet bepalen: de systeemopbouw, het aansluitschema en het adresplan. Dit is nodig bij elke nieuwe installatie en bij uitbreidingen van bestaande systemen.
Wil je het systeem installeren? Ga dan naar: 2Voice - Systeem installeren: praktische volgorde.
Werkvolgorde in hoofdlijnen
Aanbevolen volgorde voor de voorbereiding:
1. Systeemopbouw bepalen
Bepaal vooraf hoe je het systeem opbouwt. Leg minimaal vast:
- Aantal entrees
- Aantal appartementen/gebruikers
- Aantal binnentoestellen
- Aantal stijglijnen
- Benodigde systeemcomponenten
- Type entreepaneel
- Eventuele extra functies
Bepaal daarnaast per component de locatie: centraal, in de entree of in de woning.
2. Aansluitschema controleren
Voor elk project ontvang je een aansluitschema op maat van Elbo Technology. Gebruik dit schema als leidend document tijdens de voorbereiding én de montage.
Controleer vooraf of het schema aansluit op de situatie op locatie:
- Voeding(en) van het systeem (positie en aansluiting)
- 2Voice‑bus (routing en verdeling)
- Verdeling naar stijglijnen
- Entreepaneel(en)
- Binnentoestellen
- Deuropener(s)/sloten
- Eventuele extra modules
Controleer daarnaast:
- Of alle componenten uit het schema aanwezig zijn.
- Of de bekabeling en aansluitingen overeenkomen met de situatie op locatie.
- Of er afwijkingen zijn (extra entree, andere verdeling, ontbrekende componenten).
Voorbeelschema's
Op ons productenportaal vind je een overzicht van generieke en veelvoorkomende aansluitschema's.
3. Adresplan maken
Stel vóór installatie een duidelijk adresplan op. Dit gebruik je tijdens de installatie en configuratie.
Leg minimaal vast:
- Welke woning of gebruiker welke usercode krijgt
- Welke oproepknop of naamregisterpositie gekoppeld is aan welke woning
- Welke adressen worden gebruikt voor entreepaneel(en) en eventuele extra modules.
De vastgelegde adressen stel je later in met dipswitches op de toestellen. Hoe je dat doet, lees je in het artikel: Adressering met dipswitches: gebruikerscode, intern toestelnummer en kolom-ID.