Artikelen in deze sectie

2Voice - Adressering met dipswitches: gebruikerscode, intern toestelnummer en kolom-ID

Dipswitches worden gebruikt om de adressen van binnentoestellen te programmeren, welk toestel reageert op welke oproep in een 2Voice-installatie. Dit artikel gebruik je bij het opstellen van een adresplan en het instellen van dipswitches voor binnentoestellen (binnenposten), entreepanelen (buitenposten) en kolominterfaces.

Snel naar


Wat zijn dipswitches?

Dipswitches zijn kleine schakelaars op bijvoorbeeld een 2Voice-toestel. Met deze dipswitches geef je een toestel een adres of functie-instelling. Verschillende instellingen in een 2Voice-systeem:

  • het gebruikersadres (CODE) van een binnentoestel (binnenpost)
  • het intern toestelnummer (INT) bij meerdere binnentoestellen in één woning
  • het ID van entreepanelen (buitenposten)
  • het kolom-ID van kolominterfaces
  • aanvullende functies per producttype
     

Werkvolgorde

Gebruik deze volgorde op locatie:

  1. Maak een adresplan.
  2. Bepaal per woning de gebruikerscode (CODE).
  3. Bepaal per woning of er één of meerdere binnentoestellen zijn.
  4. Stel per toestel de juiste dipswitches in.
  5. Controleer daarna de lijnafsluiting Z, zie artikel Lijnafsluiting (Z): instellen per toestel.
  6. Programeer het entreepaneel (buitenpost)
  7. Sluit pas daarna de voeding aan en test het systeem.
     

Binnentoestellen: gebruikerscode (CODE)

Elke woning krijgt een unieke gebruikerscode (CODE). Bij de meeste 2Voice-binnentoestellen (binnenposten) stel je de CODE in met dipswitches 2 t/m 8. Dipswitch 2 is de meest significante bit, dipswitch 8 de minst significante bit.

Regels:

  • Binnentoestellen (van verschillende woningen) die zijn aangesloten op dezelfde kolominterface krijgen nooit dezelfde CODE.
  • Binnentoestellen in dezelfde woning krijgen wél dezelfde CODE met een eigen toestelnummer (INT).
     

Binnentoestellen: intern toestelnummer (INT)

Het intern toestelnummer (INT) onderscheidt meerdere binnentoestellen (binnenposten) binnen dezelfde woning.

  • Vanuit de fabriek worden de binnentoestellen standaard ingesteld op INT 0.
  • Bij één binnentoestel in een woning: stel INT in op 0 (master).
  • Bij meerdere binnentoestellen in één woning: alle toestellen krijgen dezelfde CODE, elk toestel krijgt een eigen INT-nummer.
  • Maximaal 4 binnentoestellen zijn in één woning toe te passen. 
  • Bij gebruik van een 1083/58A Call forwarding interface zijn maximaal 3 binnentoestellen toe te passen.
Situatie CODE INT
Eén binnentoestel in woning 12 12 0
Twee binnentoestellen in woning 12 12 0 en 1
Drie binnentoestellen in woning 12 12 0,1 en 2
Drie binnentoestellen + 1083/58A met Call forwarding in woning 12 12 0,1,2 en 3
Vier binnentoestellen in woning 12 12 0,1,2 en 3

 


Entreepanelen: ID

Entreepanelen (buitenposten) krijgen een eigen ID. Afhankelijk van het type entreepaneel wordt het ID via software instellingen of door middel van dipswitches ingesteld. Raadpleeg hiervoor de handleiding van het betreffende entreepaneel.
 

Regels:

  • Hoofd-entreepanelen krijgen een uniek ID. Geen twee hoofd-entreepanelen mogen hetzelfde ID hebben.
  • Secundaire entreepanelen (buitenposten) horen bij een specifieke kolom. Het ID moet overeenkomen met de kolom-ID van de bijbehorende kolominterface of kolomverdeler.
  • Twee secundaire entreepanelen op dezelfde kolom mogen hetzelfde ID hebben, maar moeten dan een verschillend adres hebben (bijvoorbeeld 0 en 1).
     

Kolominterface: kolom-ID

Bij installaties met meerdere kolommen krijgt elke kolom een eigen kolom-ID.

Regels:

  • Elke kolominterface krijgt een unieke kolom-ID.
  • Secundaire entreepanelen in die kolom gebruiken dezelfde kolom-ID.
  • Binnentoestellen in de kolom nemen de kolom-ID over via de kolominterface.
     

Dipswitch-instellingen per product

1083/50 – 2Voice kolominterface

De 1083/50 heeft 6 dipswitches.

DIP 1

  • ON: LINE IN wordt niet gebruikt.
  • OFF: er komt een buslijn binnen op LINE IN.

DIP 2 t/m 6

  • Stel hiermee de kolom-ID in.
  • Elke kolominterface krijgt een unieke kolom-ID.
  • Bereik: ID 0 t/m 31.
  • Vanuit de fabriek worden de kolominterfaces standaard ingesteld op ID 0.

Het volledige dipswitch-overzicht voor kolom-ID 0 - 31 vind je in de systeemhandleiding 2Voice (pdf), pagina 34.
 


1083/55 – 2Voice signaalverdeler

De 1083/55 heeft geen adres-dipswitches en wordt niet geadresseerd.

 


1750/2 – Miro kleurenmonitor met hoorn

De 1750/2 heeft dipswitches voor:

  • 8 dipswitches voor het gebruikersnummer in de kolom (CODE).
  • 2 dipswitches voor het intern toestelnummer (INT) binnen hetzelfde appartement.

 

Het volledige dipswitch-overzicht voor gebruikersadressen 0 - 126 vind je in de systeemhandleiding 2Voice (pdf), pagina 32 - 34.

Regels:

  • Eerste binnentoestel in het appartement: INT 0 (master).
  • Extra binnentoestellen in hetzelfde appartement: INT 1, 2 of 3.
  • Binnentoestellen in hetzelfde appartement krijgen dezelfde CODE, maar een verschillend INT-nummer.
     

1760/15U & 16U – VOG5W monitor

De 1760/15U & 16U heeft twee dipswitch-blokken: SW1 en SW2.

SW1 – dip 1

  • wifi-functie: ON of OFF

SW1 – dip 2 t/m 8

  • Gebruikersnummer in de kolom (CODE)

SW2 – dip 1 t/m 2

Intern toestelnummer (INT) binnen hetzelfde appartement

Het volledige dipswitch-overzicht voor gebruikersadressen 0 - 126 vind je in de systeemhandleiding 2Voice (pdf), pagina 32 - 34.
 


Veelgemaakte fouten/aandachtspunten

  • Twee woningen dezelfde CODE geven: elke woning krijgt een unieke CODE op dezelfde lijn.
  • INT niet op 0 zetten bij één binnentoestel per woning: stel INT altijd in op 0 bij één toestel.
  • Secundair entreepaneel een verkeerd kolom-ID geven: het ID moet exact overeenkomen met de kolominterface van die kolom.
  • Dipswitches instellen terwijl de voeding al aan is: stel dipswitches in vóórdat je de voeding aansluit of reset het toestel na wijzigingen.
  • Geen adresplan maken vóór de montage: zonder adresplan ontstaan adresconflicten die achteraf moeilijk te traceren zijn.

 

 

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0